Vaccineren is meer dan 'zo maar even een prikje'

Geplaatst: 12/01/2016

Auteur: Drs. Atjo Westerhuis, dierenarts

In de afgelopen 10-20 jaar is zonder enige twijfel vast komen te staan, dat we met deze geweldige uitvinding veel dodelijke (virus)infecties hebben kunnen voorkomen. We moeten daarbij o.a. denken aan hondenziekte, parvo en kattenziekte. Maar er zijn ook nadelen van vaccineren.

Voor- en nadelen
Jarenlang hebben we gedacht, dat vaccinaties alleen maar voordelen geven en geen bijwerkingen hebben. Echter, meer en meer ontstaat de indruk, dat vaccinaties zij het op zeer beperkte schaal in het geniep toch oorzaak kunnen zijn van soms nare chronische storingen van het afweersysteem. Die kunnen zich in de meest uiteenlopende symptomen uiten. Recente onderzoeken hebben tevens aangetoond, dat we met minder vaccinaties in een veel lagere frequentie toe kunnen.Kortom, we kunnen niet zonder vaccinaties, maar moeten meer aandacht hebben voor de mogelijke nadelige effecten en deze zoveel mogelijk proberen te voorkomen. De (vermoedelijke) nadelige gevolgen van een vaccinatie zijn lang niet altijd succesvol te behandelen. Dus voorkomen is ook hier beter dan genezen.

Verstandiger vaccineren
Een vaccinatie is dus niet 'zo maar even een prikje''. Er moet per geval over nagedacht worden welke entingen en in welk schema moeten worden uitgevoerd. Wat is de besmettingskans? Nederland is rabiës vrij, dus een enting tegen rabiës is in dit land niet nodig. Maar in de grensgebieden zou het toch aan te raden zijn. Een kat die vleermuizen vangt loopt wel een mogelijk risico. Hoe agressief is het virus? Kennelhoest en Corona zijn niet zo agressief, maar parvo is dodelijk. We letten nog veel meer op de gezondheid van een dier; ook de leeftijd speelt een rol.

Een goede aanpak is:
Alleen (echt) gezonde dieren vaccineren.
Een gedegen klinisch en eventueel aanvullend onderzoek is noodzakelijk. ‘Even nakijken’ is in veel gevallen niet voldoende.

Niet te jong en niet te oud vaccineren.
De meest ideale situatie bij honden zou zijn om de eerste enting te geven op de leeftijd van 12 weken of ouder. De pup is dan op krachten en de moederlijke antistoffen zijn weg en kunnen niet meer storen. Dat gaat natuurlijk alleen maar op als de moeder voldoende immuun is en dus voldoende antilichamen overdraagt naar de pups om de eerste 3 maanden veilig te kunnen overbruggen en de besmettingskans in die periode nihil is. Maar bij de meeste pups zal de hoeveelheid moederlijke antistoffen na ongeveer 6 weken al wat gaan afnemen. En als de pup op de leeftijd van 8 weken het nest verlaat, dan kan het besmettingsgevaar (in een andere omgeving) natuurlijk toenemen. Daarom zullen we dus toch op de leeftijd van 6-7 weken (dus in ieder geval minimaal 1 week voor dat de pup het nest verlaat) vaccineren met de relevante vaccinatie(s). Oudere honden, ouder dan 8 - 10 jaar, moeten alleen nog geënt worden als er kans bestaat op besmetting. Omdat gebleken is, dat een vaccinatie veel langer 'houdt'' dan we vroeger dachten, zal in elk geval de frequentie van enten bij oudere honden veel lager kunnen.

Niet frequenter vaccineren dan nodig.
Omdat we de laatste jaren veel meer te weten gekomen zijn over de reactie van het afweersysteem op vaccinaties kunnen we met een gerust hart de frequentie van enten tegen ziektes als bijvoorbeeld parvo, honden- en kattenziekte verlagen naar 1 x per 3 jaar. Na 2 - 3 entingen is in veel gevallen vaccinatie voor de rest van het leven vrijwel zeker niet meer nodig; vooral niet als de besmettingskans gering is. Wat de hond betreft zou je dan boven de leeftijd van 10 jaar in veel gevallen kunnen volstaan met alleen de leptospirose enting.

Alleen als vaccineren echt nodig is. 
Niet (routinematig) enten tegen ziekten, die geen gevaar vormen of slechts een zeer mild verloop hebben.

Nauwkeurig de reacties noteren. 
Het is van belang om eventuele reacties op een enting, bijvoorbeeld in een periode van 3 - 6 weken erna, nauwkeurig vast te leggen. Die informatie kan later van pas komen.

Bepaalde rassen zijn gevoeliger
Bepaalde rassen lijken gevoeliger te zijn voor reacties of voor storingen in het immuunsysteem.

Vaccinatie schema’s
Op grond van bovenstaande overwegingen zijn wij tot onderstaande vaccinatieschema's voor hond en kat gekomen. Er is rekening gehouden met de richtlijnen van de fabrikanten en de uitkomsten van recent wetenschappelijk onderzoek naar de duur van de werkzaamheid van de diverse vaccins. U zult zich na het lezen van dit artikel realiseren dat het eigenlijk onmogelijk is om tot een algemeen schema te komen, omdat er in principe voor ieder individueel dier een aantal factoren speelt die bepalend zijn voor de keuze wel of niet enten, hoe vaak enten en waarmee enten. Omdat er toch behoefte bestaat aan richtlijn voor een schema is hieronder aangegeven wat ons vaccinatie schema is voor hond en kat onder gemiddelde omstandigheden. We zullen dan ook in een aantal gevallen, in overleg met de eigenaar van deze schema's kunnen afwijken.

Vaccinatieschema hond
Vaccinatieschema kat

Vergelijk dierenverzekering

Alle informatie voor de aanschaf van de beste dierenverzekering voor je hond of kat overzichtelijk op een rij.

Objectief en onafhankelijk!